Jim van Os pleit in Nature voor afscheid van DSM
Diagnoses zoals depressie, psychose of ADHD helpen mensen niet altijd verder. Volgens hoogleraar psychiatrie Jim van Os moeten we daarom stoppen met denken in labels. Om verder te kunnen, moeten we kijken wat iemand nodig heeft. Dat schrijft hij deze week in een opiniestuk in het bekende wetenschappelijke tijdschrift Nature.
Al meer dan zeventig jaar is de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) het internationale handboek voor psychiatrische diagnoses. De American Psychiatric Association werkt nu aan een nieuwe versie. Die moet preciezer worden, met meer aandacht voor biologische kenmerken en extra categorieën.
Maar volgens Jim van Os, hoogleraar psychiatrie bij het UMC Utrecht en voorzitter van de Divisie Hersenen, is dat niet de oplossing. “We hebben veel kennis verzameld. Toch weten we dat psychiatrische labels weinig zeggen over hoe het met iemand echt gaat. En ze helpen ons niet om betere zorg te geven.”
Beginnen met vragen
In veel rijke landen krijgt ongeveer één op de vier mensen ooit een psychiatrische diagnose. Maar zo'n label laat niet zien waar somberheid, angst of wanhoop vandaan komt. Ook zegt een diagnose weinig over welke hulp iemand nodig heeft. Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen een heel ander leven hebben en iets heel anders nodig hebben.
“Psychisch lijden wordt slecht gevangen in symptoomlijstjes en labels”, vindt Jim. “Het is tijd om te stoppen met diagnosticeren en te beginnen met vragen: wat gebeurt hier, en wat helpt deze persoon om verder te komen?”
Psychisch lijden is vastlopen
Van Os wil niet meer beginnen bij een psychiatrisch label. Hij wil eerst kijken wat er echt aan de hand is in iemands leven. Volgens hem lopen mensen met psychisch lijden vaak vast in een patroon. Ze voelen zich gevangen en zien geen uitweg meer. Dat kan eruitzien als depressie, verslaving of psychose. Maar de kern is vaak hetzelfde: iemand zit klem.
De belangrijkste vraag is dus niet: welke stoornis is dit? Maar: wat is er gebeurd in iemands leven? Wat kan iemand goed? Waar is iemand gevoelig voor? Wat vindt iemand belangrijk? En wie kan helpen?
Van label naar zorgbehoefte
Van Os wil een systeem waarin een diagnose niet meer een ‘fout’ aanwijst. In plaats daarvan moet duidelijk worden welke steun iemand helpt om weer grip te krijgen op het eigen leven.
In Nederland werken zes regio’s al met zo’n aanpak. Dat gebeurt binnen het model van het Ecosysteem Mentale Gezondheid (GEM), waar Van Os bij betrokken is. Mensen kiezen daar zelf welke steun bij hen past. Dat kan binnen de ggz, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld via herstelacademies, zelfregiecentra, lotgenotengroepen of online communities.
Zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg werken daarbij anders dan voorheen. Ze denken mee en sluiten aan waar dat nodig is. Niet iedereen hoeft eerst een lang en vast diagnostisch traject te doorlopen. “Wat mensen nodig hebben zijn betere levens en betere zorg. Niet nog meer ingewikkelde labels en eindeloze diagnostische procedures.”
Internationale discussie
Dat Nature dit artikel publiceert, laat volgens Van Os zien dat het debat over de toekomst van de psychiatrie serieuzer wordt. Volgens hem is de echte vraag niet hoe we nog beter kunnen indelen en labelen. De vraag is of dat mensen echt helpt. Als dat niet zo is, stelt hij, moeten we de moed hebben om het anders te doen.
Lees het Engelstalige opiniestuk in Nature
Over de DSM
De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) is het internationale handboek voor psychiatrische diagnoses. Het boek beschrijft wanneer iemand bijvoorbeeld de diagnose depressie, autisme, verslaving of een persoonlijkheidsstoornis krijgt. De American Psychiatric Association geeft het uit. De laatste versie verscheen in 2022.